Nederlandse gemeenten begroten voor 2026 samen 84,6 miljard euro aan uitgaven. Dat is een stijging van 5,8 procent ten opzichte van een jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De groei zet door, maar vlakt af na drie jaren met sterkere stijgingen.
De toename is zichtbaar op alle beleidsterreinen, met de grootste groei binnen het sociaal domein. Vooral uitgaven aan onder meer Wmo, jeugdhulp, maatschappelijk werk en opvang van kwetsbare groepen nemen toe. Voor deze sociale taken trekken gemeenten in 2026 ruim 36 miljard euro uit, goed voor bijna 43 procent van de totale begroting.
Ook inkomensondersteuning en participatiekosten stijgen verder. Daarmee blijft het sociaal domein veruit de grootste kostenpost voor gemeenten. Andere domeinen, zoals bestuur, infrastructuur en cultuur, laten eveneens een gematigde groei zien.
Aan de inkomstenkant begroten gemeenten 83,5 miljard euro, een stijging van 5,3 procent. Opvallend is dat de opbrengsten uit gemeentelijke heffingen – zoals belastingen en leges – relatief het sterkst toenemen, met 6,5 procent. Daarnaast groeien ook de bijdragen uit het gemeentefonds en overige inkomstenbronnen.
Uit eerdere realisaties blijkt dat gemeenten vaak meer uitgeven en ontvangen dan vooraf begroot. In 2024 bedroegen de werkelijke uitgaven 80,9 miljard euro, tegenover 82,9 miljard euro aan inkomsten. Dat resulteerde in een positief saldo van 2 miljard euro.
De cijfers onderstrepen dat gemeenten financieel blijven groeien, terwijl tegelijkertijd de druk op sociale voorzieningen toeneemt.