Het aantal werknemers in het sociaal werk is de afgelopen tien jaar sterk gegroeid. Eind 2025 werkten er 71.400 mensen in de sector, het hoogste aantal sinds het begin van de metingen. Daarmee groeide het sociaal werk sneller dan de totale sector zorg en welzijn én sneller dan de Nederlandse arbeidsmarkt als geheel.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nam het aantal werknemers in het sociaal werk tussen eind 2015 en eind 2025 toe met 44 procent. Vooral de maatschappelijke opvang, waaronder opvang voor daklozen en asielzoekers, en het brede welzijnswerk voor onder meer ouderen en inwoners in wijken en dorpen lieten een sterke groei zien.
De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toenemende instroom van nieuwe medewerkers. In 2025 begonnen ruim 20.000 mensen aan een baan in het sociaal werk, aanzienlijk meer dan vijf jaar eerder. Een groot deel van deze nieuwe werknemers kwam van buiten de zorg- en welzijnssector. Relatief veel instromers zijn herintreders of mensen die vanuit een andere beroepsgroep overstappen naar het sociaal werk.
Tegelijkertijd blijft de uitstroom hoog. Ruim een kwart van de vertrekkende werknemers kiest voor een andere branche binnen zorg en welzijn, terwijl bijna twee derde de sector volledig verlaat. Opvallend is dat slechts een klein deel uitstroomt vanwege pensionering. Veel vertrekkers gaan aan de slag in andere sectoren, zoals de zakelijke dienstverlening.
Ondanks deze uitstroom blijft het aantal werknemers toenemen doordat de instroom groter is dan het aantal mensen dat vertrekt. Daarmee lijkt het sociaal werk aantrekkelijker te worden voor nieuwe medewerkers, terwijl de vraag naar professionals in de sector onverminderd groot blijft.