Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat koopwoningen in Nederland in februari 2026 gemiddeld 5,4 procent duurder waren dan een jaar eerder. Daarmee zet de prijsstijging door, al is het tempo duidelijk minder hoog dan in voorgaande jaren.
Ten opzichte van januari bleven de prijzen vrijwel stabiel, met een minimale stijging van 0,1 procent. Dit wijst erop dat de woningmarkt zich momenteel in rustiger vaarwater bevindt na eerdere forse prijsontwikkelingen. Sinds de dip in 2023 is er weer sprake van een gestage stijgende lijn, waarbij woningen inmiddels gemiddeld 15,5 procent duurder zijn dan tijdens de vorige piek in juli 2022.
Niet alleen de prijzen laten beweging zien, ook het aantal transacties neemt toe. Volgens cijfers van het Kadaster wisselden in februari 17.675 woningen van eigenaar, ruim 8 procent meer dan een jaar eerder. In de eerste twee maanden van 2026 komt het totaal aantal verkopen uit op 36.568, een stijging van bijna 7 procent.
De gemiddelde transactieprijs lag in februari op 487.768 euro. Daarbij wordt aangetekend dat deze prijs geen rekening houdt met kwaliteitsverschillen tussen woningen; voor prijsontwikkelingen kijkt het CBS daarom naar een gecorrigeerde prijsindex.
De nieuwste cijfers bevestigen een beeld van een woningmarkt die nog altijd onder druk staat, maar waarin de extreme prijsstijgingen van eerdere jaren lijken af te nemen.