
REGIO – De stijgende energieprijzen zorgen deze winter niet alleen voor koudere woonkamers, maar ook voor meer discussies binnenshuis. Uit onderzoek van woonwinkel Kwantum onder 1.374 Nederlanders blijkt dat bijna één op de drie huishoudens regelmatig discussie heeft over hoe warm het binnen moet zijn.
Maar liefst 93 procent van de ondervraagden geeft aan bewuster om te gaan met het verwarmen van de woning dan voorheen. De temperatuur in huis blijkt daarmee een verrassend gevoelig onderwerp. Bij 31 procent van de Nederlanders leidt dit regelmatig tot onenigheid. Die discussies ontstaan vooral door verschillen in warmtebehoefte tussen partners of huisgenoten. Ook een te koude woonkamer of juist een te warme slaapkamer zorgt bij een derde van de huishoudens voor irritatie. Daarnaast speelt de energierekening een belangrijke rol: bij 28 procent is geld de voornaamste reden voor discussie.
Het moment waarop de verwarming voor het eerst wordt aangezet, verschilt sterk per huishouden. Voor 31 procent begint het stookseizoen in oktober, terwijl 28 procent wacht tot november. Een kleinere groep start al in september, terwijl 7 procent de verwarming pas in december of later aanzet. Opvallend is dat 29 procent geen vaste maand hanteert en de verwarming alleen gebruikt wanneer dat echt nodig voelt. Een zeer kleine groep geeft aan helemaal geen verwarming te gebruiken.
De tijd waarin 21 graden als standaard gold, lijkt inmiddels voorbij. De gemiddelde Nederlander zet de thermostaat in de winter tegenwoordig op 19 graden. Wanneer gevraagd wordt naar een redelijke temperatuur om energie te besparen zonder comfortverlies, komt het gemiddelde zelfs uit rond de 18 graden.
Dat lagere stookgedrag blijkt geen tijdelijke maatregel. Door de aanhoudend hoge energieprijzen is het bewust omgaan met warmte voor veel mensen structureel geworden. Zo zette 66 procent afgelopen winter de thermostaat lager dan het jaar ervoor en 57 procent zegt deze gewoonte ook dit winterseizoen voort te zetten.