Vastelaovendj als oefening in menselijkheid

17 feb , 11:23 Column
1000102833
Het smalste stukje Nederland

Vastelaovendj wordt vaak gezien als uitbundigheid, muziek en kleur. Maar wie iets langer kijkt, ziet iets anders. Onder de schmink en achter de maskers schuilt een diepere laag. Die van verdraagzaamheid en saamhorigheid. Het vermogen om even werkelijk samen te zijn.

In deze dagen maakt het niet uit wie je bent in het dagelijks leven. Niet je functie, niet je achtergrond, niet je overtuiging staat voorop. Je bent mens tussen mensen. Je zingt samen, je lacht samen, je vangt elkaar op als iemand struikelt. Letterlijk of figuurlijk. Er ontstaat een tijdelijke wereld waarin verschillen niet verdwijnen, maar zachter worden. Waarin ruimte is voor de ander.

Wie weet is dat wel het meest baanbrekende aspect van Vastelaovendj. Want kijk eens naar de wereld erna. De wereld waar sociale media sneller polariseren dan verbinden. Waar we soms meer bezig zijn met gelijk krijgen dan met elkaar begrijpen. De overgang van polonaise naar politieke discussie kan abrupt zijn.

En toch... Wat als de geest van Vastelaovendj geen tijdelijke ontsnapping is, maar een oefening? Een jaarlijkse herinnering aan hoe het óók kan? We laten zien dat samenleven mogelijk is zonder voortdurend strijdtoneel. Dat humor spanning kan ontladen. Dat relativering ruimte schept. Dat samen zingen krachtiger is dan schreeuwen.

Tijdens Vastelaovendj verdragen we elkaar niet alleen. We dragen elkaar. We maken plaats in een volle zaal. We delen een tafel. We slaan een arm om iemand heen die we misschien niet eens kennen.

Wat nemen we mee wanneer de muziek stopt. Misschien is dat wel de hamvraag als de dolle dagen voorbij zijn. Hoe verhouden we ons tot elkaar als we na Vastelaovendj iets van die mildheid bewaren. Iets van die speelsheid. Iets van dat besef dat we samen een gemeenschap vormen. Dan kan het verschil beginnen in kleine gebaren: een gesprek dat niet escaleert, een oordeel dat wordt uitgesteld, een hand die wordt uitgestoken.

Vastelaovendj laat zien dat vrede niet groots hoeft te zijn. Ze begint in een zaal, op een plein, tussen mensen die elkaar aankijken en zeggen: vandaag zijn we samen.

Misschien, heel misschien, als we durven, kiezen we ervoor om dat ook morgen nog te doen.