
Wat kun je doen als je het investeren in je mentale gezondheid even beu bent. Dat je even geen meditatie op je mindfulness-app nodig hebt, geen boswandeling hoeft te ondernemen bij zonsopgang en zelfs geen gesprekstherapie hoeft te ondergaan. Er is één simpele actie waarmee je je humeur in handomdraai kunt opkrikken: tanken in België.
Het begint al bij de voorbereiding. De auto rijdt richting grens, alsof hij zelf ook weet dat er verlichting in aantocht is. De radio staat nét iets harder, de schouders zakken een fractie. Nog vóór je de pomp ziet, voel je het al: hier klopt iets meer dan thuis. Niet omdat België mooier is, of de koffie beter — maar omdat de cijfers op het bord minder pijn doen aan je ziel.
In Nederland is tanken inmiddels een morele oefening. Je staat bij de pomp en vraagt je af welke levenskeuzes hebben geleid tot dit moment. Je kijkt weg terwijl de euro’s sneller oplopen dan je hartslag bij lichte inspanning. Elke liter voelt als een kleine boete op bestaan. Vanaf 1 januari is dat gevoel officieel weer duurder geworden. Zeven cent hier, vier en een halve daar — het zijn geen bedragen, het zijn tikken op je gemoed.
En dan België. Maaseik. Net over de grens. Daar sta je ineens in een file die niemand erg vindt. Auto’s met geel-zwarte kentekens, kofferbakken die opengaan, jerrycans die tevoorschijn komen alsof het een goed voorbereid buurtfeest is. Niemand moppert. Niemand haast zich. Dit is collectieve zelfzorg. Dit is brandstoftherapie.
Je hoort mensen rekenen, maar niet klagen. “Daar kan ik twee keer boodschappen van doen.” “Dat is een etentje.” “Daar rij ik een week extra op.” Het zijn geen grote winsten, maar wel tastbare overwinningen. En in tijden waarin alles duurder wordt behalve begrip, zijn kleine overwinningen goud waard.
Het mooiste moment komt bij het afrekenen. Dat korte, bijna magische ogenblik waarop je schermpje vergelijkt met wat het in Nederland geweest zou zijn. Je zegt het niet hardop, want je wilt niet opscheppen. Maar vanbinnen glimlach je. Soms zelfs breed. Het is geen rebellie, geen protestmars, maar het voelt wel als slim overleven.
Natuurlijk zijn er ook mensen die zeggen: “Ach, het is wat het is.” Mensen die blijven tanken waar ze altijd al tankten, omdat ze geen tijd hebben, geen zin, of geen energie om er nog een strategische onderneming van te maken. En dat is ook begrijpelijk. Niet iedereen kan zijn humeur laten afhangen van een prijsverschil per liter.
Maar voor wie het wél doet, is het meer dan besparen. Het is een kleine herovering van regie. Een gevoel dat je niet alles hoeft te slikken. Dat je, al is het maar voor een volle tank, even slimmer bent dan het systeem.
Misschien is dat wel de echte reden dat we blijven rijden. Niet alleen voor die paar tientjes, maar voor dat lichte gevoel onderweg terug. De wetenschap dat je vandaag iets hebt gedaan dat logisch was. Dat klopte. Dat goed voelde.
De tank vol, de rekening lager en een humeur waarmee je thuis kunt komen. Soms is geluk gewoon vloeibaar en net over de grens verkrijgbaar.