De kleine wachter van het veld

11 jan , 16:14 Column
1000101482
DD

Dit is Harry. Beetje klein zou je denken. Maar ook Harry mag er zijn. Hij heeft beheer over een groot veld als enige van zijn soort. Hij weet dat zijn dagen niet eindeloos zijn. Daarom zal hij zich des te meer richten op het doorvoelen van wat hij aanschouwt.

Zoals de dans van de koolmeesjes om een net vol noten en zaden, waarbij ze elkaar bijna georkestreerd afwisselen om toch ieder dichtbij genoeg te komen om er even in te pikken.

Of de veelheid aan hondenpootjes om hem heen. Hij mag uitkijken niet voor boom aangezien te worden. Hij kan zich beter nog wat rechten en zijn wortel wat meer de lucht insteken. Dat het maar duidelijk is dat hij in het weinige dat hij aan dagen heeft, dan toch geen pispaal hoeft te zijn.

Hij denkt aan de fijne handjes die hem leven ingeblazen hebben. Dat is zijn eerste herinnering: Halflange beentjes, die rode blosjes in een zacht gezichtje dat herhaaldelijk van inspanning zuchtte - vergezeld van een blauw schepje. Tot hij met zak en schep huiswaarts geroepen werd om zich te warmen aan een warme choco, zonder hem een naam te hebben geschonken.

Vanaf dat moment ‘Harry’ keek het mensenkind lang na en dankte zijn maker voor zijn bestaan. En voor het bezielen van zijn materie. Want in elke creatie wordt ook bewustzijn doorgegeven. Het is helemaal aan hem wat hij ermee gaat doen.

Hij stopt zijn overdenkingen en kijkt nu even opzij. Naast hem ligt een sneeuwengel. Ze is stil, maar hij weet dat sneeuwengelen pas spraakzaam worden als het licht van sterren er op valt.

'Ze is wel mooi', merkt hij stilletjes op. Waar hij het moet doen met een enkele tak links en rechts, heeft zij wijd uitgespannen vleugels van haar maker gekregen.

Hij is verbonden met de aarde, zij met de hemel. Hij kan niet wachten tot de nacht invalt. Een nacht met de belofte van een kou die hun bestaan in ieder geval nog even bestendigen zal.

Een vogel vliegt op. En daarmee ook zijn volgende gedachte.

D.D.

Poëtisch Pelgrim